Wedstrijdroeien, door de ogen van Martin van Vianen

Wedstrijdroeien, nu en 45 jaar geleden.. essentileverschillen ?

Het afgelopen jaar heb ik nauwelijks mijn gezicht laten zien op Dudok. Daarvoor wel heel frequent. Hou het maar op 3 tot 4 avonden per week gedurende 6 jaar. Intens van genoten als 55 plusser. Vooral toen het wedstrijdroeien weer terugkeerde bij Dudok en we moesten strijden tegen hele serieuze en goede studenten ploegen op de Amstel , de Willem Alexander Baan en de Bosbaan.

Sander Gommers, Ruud Geerts, Casper Goossen, Patrick Noordermeer en Avi Krishnasing blikken, onder toeziend oog van Martin van Vianen, op de ARB van 2015.

Elke keer wanneer er een ploeg van mij aan de start lag, wist ik hoe de zenuwen door hun keel gierden. Voor dat gevoel moest ik weliswaar 45 jaar terug, maar het zat in mijn hoofd als gisteren.

Die beleving raak je nooit meer kwijt. Ik ben nooit niet-zenuwachtig geweest.
Het was wel zo dat naarmate je beter werd, die zenuwachtigheid ook gepaard ging met een instelling: ik ga ze slopen. We gaan onze directe tegenstanders vernederen met 5 lengtes of meer, zodat ze uit-training gaan omdat verder varen in dit seizoen voor hen zinloos wordt.

 

Vanwaar dan toch die zenuwachtigheid ? Omdat je wist dat je in die 7 minuten 3 keer dood ging. Misschien 2 keer (alleen op 600 en 1100 meter) wanneer je op 1600 meter 3 lengtes of meer had en je met heerlijke halen naar de finish voer.
Maar, zoals vorig jaar de onverslaanbare Nieuw Zeelandse 2- al aangaf ik een interview: het ziet er blijkbaar bij ons allemaal heel gemakkelijk uit, maar wij beiden lijden net zoveel pijn als de nummer laatst in onze serie of finale.

Hiermee heb ik gelijk de kern te pakken van mijn betoogje.

Want in vergelijking met 45 jaar geleden zijn de boten stijver geworden, de bladen groter en de riemen lichter. En de trainingsmethoden zijn slimmer geworden. Toen ik het trainingsschema van de Nederlandse 4- zag voor de Spelen van London was het grote verschil de enorme hoeveelheid duurtraing in de wintermaanden en het voorseizoen en het bescheiden aantal snelheids en interval trainingen in de zomermaanden. Dolgraag had ik als uitgesproken duurtype thans wedstrijdroeier geweest. Ik denk dat wij 45 jaar geleden de helft deden van de duurtraining thans, maar 2 x zoveel snelheids en interval training in de maanden Juni en Juli. Met het verschijnsel dat je meerdere malen per week in die zomermaanden met lood in je schoenen in de boot stapte omdat je wist dat er bijvoorbeeld 12 x min/min of 8 x 500 mtr op het programma stond. Het had vaak als resultaat dat je baanrecords voer in Juni of begin Juli, maar dat je dat eind Augustus of begin September op internationale kampioenschapen niet meer kon herhalen.

Zijn er dus verschillen tussen 45 jaar geleden en nu qua wedstrijdroeien. Ja, zie bovenstaande alinea.

Maar zijn die verschillen essentieel ? Neen !Want de Nieuw Zeelandse 2- nemen het woord pijn in de mond. En die is bij het roeien van 45 jaar geleden en nu hetzelfde gebleven. Pijn en afzien tijdens de (interval) trainingen en pijn/afzien tijdens de 7- wedstrijdminuten met een hartslag van 180+.

van de Pas en vanVianen

Nu nog weet ik wat ik voelde bij bepaalde races.En dat ik graag op 1100 meter had willen laten lopen omdat ik dacht: dit is niet goed voor een menselijk lichaam, ik ga kapot.
Wonder boven wonder deed je het niet. Waarschijnlijk omdat je op hetzelfde moment tegen jezelf zei: niet opgeven, slappe zak. En omdat je voelde dat je ploeggenoten ook doorgingen.
Herinner me een race tegen de Ierse 2+ op de Open Duitse Kampioenschappen in Duisberg waarbij we 2000 meter haal na haal naast elkaar voeren. Het enige dat door je hoofd ging was: wanneer knappen ze af? Maar dat deden ze niet. Uiteindelijk wonnen we met een meter, zoals een zwemmer net beter uitkomt met het aantikken.

Welnu, dat gevecht met jezelf en het niet verzaken ten opzichte van je ploeggenoten is in die 45 jaar geen spat veranderd. Daarin zit voor mij de kern van het ware wedstrijdroeien en dat maakt dat roeiers ook zo verslaafd kunnen worden aan hun sport (en, als ze onder elkaar zijn, over niets anders kunnen lullen).

Ik durf de uitspraak aan dat ik in mijn hele militaire carriere (opleidingen, ook in Roosendaal, en inclusief uitzendingen), nergens zo heb afgezien als in mijn wedstrijdboot met mijn ploeggenoten.
In die boot heeft mijn karaktervorming en mentale hardheid echt plaats gevonden, die ten dienste is gekomen van Defensie en mijzelf carrieretechnisch geen windeieren heeft gelegd. Vraag iets dergelijks aan de generaals b.d. de Jonge en Middendorp en je krijgt een identiek antwoord. Daarom ervaar ik het als zo spijtig (en onbegrijpelijk) dat er door de huidige cadetten populatie nauwelijks wordt geroeid.

Het enige dat het roeien mentaal niet kan nabootsen is omgaan met doodsangst, zoals de huidige generatie militairen zo nu en dan moet ervaren wanneer zij op uitzending is.
Maar die doodsangst kan Defensie ook niet nabootsen tijdens de opleidingen. Grensverleggend is dan het toverwoord wanneer men laat ervaren wat vermoeidheid is (voornamelijk veroorzaakt door bewust slaap te onthouden) of wanneer er op hoogte wordt gewerkt of in nauwe ruimtes of onder water.

Dus wedstrijdroeien gedurende 8 jaar, 45 jaar geleden, is de beste investering in mezelf geweest die ik me had kunnen wensen. Zou het nu zo weer doen. Jij ook, hoop ik intens.

 

 

Martin van Vianen

About the author